Nederland is partnerland op de komende Ambiente; een grote eer voor een klein land maar ook een reëel risico dat de nationale kenmerken teveel in een clichématig licht worden gezet. Dat heeft ontwerper Robert Bronwasser heel goed voorkomen. In zijn presentatie focust hij niet op de bekende uiterlijkheden maar op de ware karakteristieken die het Noordzeelandje zo groot hebben gemaakt.

Nadat hij het verzoek van Messe Frankfurt positief had beantwoord is er vast wel een moment geweest waarop Robert Bronwasser even moeilijk geslikt heeft. Ga er maar aan staan: bijna 150.000 vakbezoekers duidelijk maken wat de essentie is van de talloze Nederlandse producten die op Ambiente worden getoond. Nederlandse exposanten bieden er serviezen aan, pannen, fotolijstjes, maar ook tuinkikkers, afvalemmers en afwasborstels. Wat hebben die als allegaartje in hemelsnaam met elkaar gemeen? Dutch Design?

“Met die stillevens vestig ik de aandacht op de kwaliteiten van de producten en niet op hun alledaagsheid.”

Gestapeld en logisch

“Ik ben niet op een voor de hand liggend concept als Dutch Design gesprongen,” zegt Robert Bronwasser. Het fenomeen is de ontwerper natuurlijk goed bekend, net als de Dutch Design Week in Eindhoven, de hoogmis van het Nederlandse ontwerp, waarop Bronwasser dit jaar zelf  een grote expositie toonde van zijn belangrijkste producten. “In plaats daarvan ben ik ons land en onze geschiedenis als een ontwerper gaan bekijken. Zo ontdekte ik dat bijna elke vierkante meter van ons landschap ontworpen is. Omdat we zo boven op elkaar zitten in een van de dichtstbevolkte landen ter wereld hebben we geleerd zeer creatief om te gaan met de beschikbare ruimte. In onze architectuur stapelen we heel ingenieus lagen op elkaar en zijn we afgestapt van de archetypen die in het buitenland nog wel veel gebruikt worden. We denken out of the box in de waarste zin van het woord. Kijk naar De Stijl: een beweging waar een enorme vernieuwende impuls van uit ging op alle gebieden van het dagelijks leven, van keukens en stoelen tot huizen en verpakkingen. Er zit ook een sterke logica in de manier waarop wij onze omgeving tot in detail vormgeven. Die logische vormgeving is een van de redenen voor het succes van Schiphol. Dat is echt niet alleen een kwestie van locatie.”

[su_slider source=”media: 2837,2836,2835″]

Geen traditionele stand

Nederlanders hebben nooit alle wielen zelf uitgevonden, ontdekte Bronwasser ook. We vormen al eeuwenlang een succesvolle handelsnatie. Als het wiel elders eerder en sneller draaide haalden we het gewoon van daar naar hier. Die handelsgeest voegde hij bij de logica, de creativiteit en de ontworpen omgeving als nationale kenmerken. Hoe kun je die vier eigenschappen echter samenvatten in één concept? “Niet onder Dutch Design, maar wel onder Do Dutch,” aldus Robert Bronwasser. “Dat doet ook een beetje denken aan onze geliefde uitdrukking ‘Doe maar normaal, dan doe je al gek genoeg.’” De volgende uitdaging voor de ontwerper was rond die kenmerken een expositie op te zetten. “Ik heb ervoor gekozen de afmetingen van de plek waar die tentoonstelling komt als uitgangspunt te nemen. De Galleria is een soort kathedraal met zijn hoge glazen wanden. Ik ga er geen traditionele stand laten bouwen maar een enorme kast neerzetten van vier meter hoog en vierentwintig meter lang. Ze is aan twee kanten open, zodat de bezoekers er op hun gemak langs kunnen lopen en doorheen kijken, eventueel zelfs een praatje met elkaar maken. Ik ga er ook zitjes plaatsen, omdat ik het belangrijk vind dat de geïnteresseerde winkelier niet gedwongen is direct weer door te lopen. Tenslotte is de plek toch al een doorloop waar bezoekers van de ene hal naar de andere gaan.  Die haast mag wat worden afgeremd, zodat de tentoongestelde producten een meer blijvende indruk kunnen maken. “

Verbijzonderen van producten

De uitgebreide kast vormt een enorme installatie, met daarin kaders met op Nederland geïnspireerde kleuren, zoals kaasgeel en weidegroen, en onderverdeeld in stillevens met producten. Ook dat laatste is weer een knipoog naar de Nederlandse geschiedenis, want de stillevens roepen natuurlijk associaties op met de beroemde schilderijen van zeventiende-eeuwse meesters. Deze vorm is ook geschikt om de aandacht te vestigen op de producten die er in komen te staan, want die aandacht krijgen ze niet uit zichzelf. “Er zullen waarschijnlijk meer dan honderd producten in de expositie komen, maar de meeste producten zijn natuurlijk op zich geen kunstwerken. Het gaat om huishoudelijke producten, serviezen, afvalemmers, kaasschaven, kortom: om dagelijkse producten, want daar zijn we als Hollanders goed in en daar is Ambiente uiteindelijk ook voor bedoeld. Wat ik doe met die stillevens is de producten die er in staan verbijzonderen, ook door niet bij elkaar passende artikelen naast elkaar te zetten en uit hun context te halen, bijvoorbeeld een afwasborstel met een servies. Ik vestig de aandacht op hun kwaliteiten en niet op hun alledaagsheid.”

Moeten alle geëxposeerde producten in Nederland zelf bedacht en gemaakt zijn? Zeker niet, zegt Robert Bronwasser, “want de koopmansgeest is ook typisch Hollands. Gefabriceerd en ontworpen buiten Nederland mag dus best, op voorwaarde dat het artikel door Nederlanders in de markt is gezet. Waar ik naar op zoek ben is iconische producten, niet zozeer in de ogen van het grote publiek maar alvast in die van hun makers en bedenkers . Sommige zullen al wat iconisch zijn vóór ze in de expositie terecht komen, zoals de kaasschaaf, andere zullen het misschien een beetje mede dank zij ‘Do Dutch’ worden.”